#16. Psychology Of Time

Introductie in het gedachtegoed van 'De Vierde Weg'
op basis van fragmenten uit "Psychologie van Men's Mogelijke Evolutie"

00:00
00:00
English

The relativity of time, space, and matter is a scientific conversation best known for what Einstein coined to the matter, expressed in his theory of general relativity. As one comes to study the system, some other very interesting esoteric points of view come into the picture and can evoke some additional transformations in the way you perceive yourself in relation to these phenomena. As you will soon discover in studying the centers, which are hidden from us, their functions are quite open for our investigation.

Functions are the phenomena by which we can identify the work of the different centers, and by observing these functions, we will notice some remarkable properties, which until now, have never been fully taken into account by traditional psychology or physiology.

Observation is the usual course in the scientific approach in physics, chemistry, astronomy, physiology, as when we often cannot reach into the objects directly, we have to begin with an investigation of their results or traces.

All centers have much in common and, at the same time, each center has its peculiar characteristics which must always be kept in mind. One of the essential principles that must be understood in relation to centers is the great difference in their speed, that is, a difference in the speeds of their functions.

Intellectual center, which is so overvalued in our society, is the slowest of minds we have. It doesn’t come close to the speed of the instinctive center, which does almost all of its complex work in the background of our lives at incredible speeds. The functions of moving center are often mistaken for instinctive functions, because they operate when learned, at a similar speed as the instinctive functions. Maybe much to your surprise, the fastest center of all is the emotional center. It is even more surprising to consider that emotional center, in our ordinary state of ‘waking sleep,’ is working nothing close to its possible speed and therefore generally ‘only’ works with the speed of the instinctive and moving centers.

Like stated before, at some level, we know this difference of speed of centers, but it has never been explained in a way that seems to make sense. One example of the fact that we do take the speed of centers into account is found in a court of law, where actions are judges very differently if they were executed in an emotional upheaval or planned out beforehand. There’s more and more evidence that the roots of all our decisions are fundamentally based on emotions and that it takes a lot of time to realize why we did what we did. This is, in essence, the art of self-remembering.

For now, it is important that you try to find evidence for this difference in speed of centers in your own life. Try to observe yourself when you have to perform many quick simultaneous movements. You will see at once that you cannot observe your movements intentionally, you will even risk an accident if you persist in observing. There are many more examples to be found in your behavior, but only very rarely do we know the value of our observations and experiences. Only when we see the principle do we begin to understand our previous observations.

Although it is tough to measure the difference in speed of centers, the system, which stems from a time that science had no means of verifying these properties, teaches us that instinctive center operates at a speed that is about 30.000 times faster than the intellectual center. Emotional center, when it works with its proper speed, is even 30, 000 times faster than the moving and instinctive centers. That means that each center has a different sense of time. Time becomes relative to the function of the center it relates to. It means that, for every kind of work that a center has to do, it needs the same amount of time, only according to its scale.

For instance—a man drinks a glass of brandy, and immediately in no more than a second, he experiences many new feelings and sensations. The body responds to the stimulant very quickly, almost at once. An impression has an even quicker emotional response than that. We experience something, and the feeling is already there long before the intellectual center has come up with the realization of that emotion. But we are so accustomed to these phenomena that we rarely think about how strange and incomprehensible they are. From the point of view of ordinary physiology, these phenomena look almost miraculous.


Ouspensky says:

“It means that the instinctive center has not one second, but about eight hours of its own time for this work, and in eight hours this work can certainly be done in an ordinary laboratory without any unnecessary haste. So our idea of the extraordinary speed of this work is purely an illusion which we have because we think that our ordinary time, or the time of the intellectual center, is the only time which exists.”

 

This Post Has 8 Comments

  1. Al onze centra werken op een verschillende snelheid, waarbij het intellectueel centrum het sloomst werkt en het emotioneel centrum het snelst. Je snapt hem al, dit is de oorzaak van veel verwarring en onbegrip. Veel van onze beslissingen komen voort uit onze emoties en het kost tijd om je te realiseren wat je hebt gedaan en waarom je dat hebt gedaan. Doordat het intellectueel centrum slomer is, heeft het niet genoeg tijd om te verifiëren of de beslissing genomen vanuit het emotionele centrum ‘waar’ is. Het gaat hier dus eigenlijk om zelfherinnering (dat vraag weer present zijn). Een voorbeeld is vaak een situaties dat ik voel dat me onrecht wordt aangedaan. Ik reageer direct fel uit een soort van verdedigingsmechanisme zonder open te staan of rustig te kunnen reflecteren op wat er speelt.

  2. Ons emotionale centrum werkt (in de wakende slaap) niet in de buurt van zijn snelheid waarmee hij zou kunnen werken. Waardoor de informatie hieruit onbetrouwbaar is.
    Een ander voorbeeld is verliefdheid.

  3. De vier centra functioneren ten opzichte van elkaar in verschillende snelheden. Het denkcentrum is hierin de minst snelle. Het beweging- en instinctcentrum zijn 30.000 x sneller dan het denkcentrum. Doorgaans neemt het emotiecentrum dezelfde snelheid aan als van beweging en instict. Maar op zichzelf is deze weer 30.000 x sneller dan beweging en instict.
    Gezien we de tijd van het denkcentrum zien als ‘de ware tijd’, beschouwen we het onmogelijk dat de andere centra in een fractie van ‘deze tijd’ goed kan functioneren. In werkelijkheid moeten de handelingen worden gemeten op de tijdschaal behorende bij het betreffende centrum. Dus in werkelijkheid heeft ieder centrum, gemeten op z’n eigen tijdschaal een zee van tijd, gerelateerd aan de snelheid van het denkcentrum.
    Gezien we met ons denken het handelen van het emotie- of bewegingcentrum niet kunnen voorblijven, kunnen we het emotiecentrum niet vertrouwen.
    – – – – – –
    Wanneer we vanuit het emotiecetrum in een ‘refex’ handelen, kost het ons veel tijd om te beseffen waarom we in de betreffende situatie handelde zoals we in reflex hebben gehandeld.
    Dit betekend dat we in staat zijn dingen te doen die we, als we de tijd hadden om er over na te denken, liever anders hadden uitgevoerd. Dit kan soms zorgen voor problemen die we liever niet hebben. Daarom kun je het emotiecentrum niet vertrouwen.
    Emoties kunnen ons impulsief laten reageren zoals we dat bij dieren zien.
    – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
    Voorbeeld:
    Als ik gehaast in het verkeer door de stad rijd en het verkeerslicht springt op oranje, geef ik gas bij voor ik erover heb nagedacht. Wanneer ik geen haast heb, laat ik beheerst het gas los en laat mijn voertuig uitrollen en rem gediciplineerd bij.

    Voorbeeld:
    Wanneer ik aan mijn kindertijd terug denk en het speelgoed waarmee we toen speelde, kan ik me wel voor de geest halen waarmee ik toen speelde. Maar niet meer hoe en wat.
    Een bepaald stuk speelgoed had ‘nieuw uit de doos’ een opmerkzame geur. En wanneer ik deze geur weer ruik, ben ik direct terug in mijn kindertijd; in het moment met al zijn details waarop ik deze geur ontdekte.

  4. #16 Psychology of Time
    Waarom kun je je emoties niet vertrouwen? Kun je nog een ander voorbeeld noemen dan in de tekst staat?:
    Vanwege het feit dat het emotionele centrum het allersnelst van allemaal is. ver voordat we over een emotie kunnen nadenken of kunnen observeren is de emotie al aanwezig. Dit zorgt ervoor dat we mechanisch handelen voordat we kunnen observeren. Een voorbeeld is wanneer je in een conversatie met iemand je persoonlijk voelt aangevallen. De emotie die de ander zijn woorden bij jou losmaakt zijn al aanweig ver voordat je de kans hebt gehad dit te kunnen onderzoeken. Dit kan ertoe leiden dst je handelt op basis van die veroorzaakte emotie zonder erover na te denken wat er nou eigenlijk gebeurt.

  5. Een emotie is een reactie op hetgeen wat je hoogstwaarschijnlijk eerder al eens hebt meegemaakt. Omdat het emotionele centrum sneller werkt dan het intellectuele centrum., kun je er niet eerst over na denken, maar wordt de emotie meteen ingezet. Het hoeft dus niet terecht te zijn dat die emotie klopt bij hetgeen wat je mee maakt.
    Een voorbeeld kan zijn als je een keer heel ziek bent geworden in de trein en de volgende keer als je de trein in stapt erg zenuwachtig wordt. Vervolgens ga je relativeren en bedenk je dat je de vorige keer ziek werd van bedorven eten.

  6. Waarom kun je je emoties niet vertrouwen? Kun je nog een ander voorbeeld noemen dan in de tekst staat?

    Omdat het emotionele centrum sneller is dan het intellectuele centrum bestaat het gevaar dat het intellectuele centrum denkt dat de inhoud van het emotionele centrum ‘waar’ is en/of van het intellectuele centrum is. Dat is een verwarring.
    Aangezien de inhoud van het emotionele centrum (bijna altijd) uit het verleden komt, zou het intellectuele centrum zich bezig houden met het verleden als het de inhoud serieus neemt. En dan kun je niet present zijn.
    Een praktisch voorbeeld is het nemen van een beslissing om bijvoorbeeld niet naar een verjaardag te gaan omdat het de vorige keer ongemakkelijk voelde. Als die intellectuele keuze gemaakt wordt op basis van het oude (en dus niet meer relevante) gevoel is het geen werkelijke keuze maar een mechanische reactie.

  7. Waarom kun je je emoties niet vertrouwen? Kun je nog een ander voorbeeld noemen dan in de tekst staat?
    Emoties worden zo snel gecreëerd dat je dit zelf niet in de gaten hebt. Je intellectuele center heeft niet eens door dat je al een emotie hebt gemaakt bij de impressie die je krijgt (bv bij een drankje). Hierdoor zou je kunnen zeggen dat het lastig is om je emotie te vertrouwen aangezien deze er dus al is, voordat je er een erg in hebt. Het is als het ware ongecontroleerd en je kunt dingen denk ik niet vertrouwen die je nog niet hebt geëvalueerd.
    Ik denk dat dit met name een rol speelt bij dingen die je voor het eerst ervaart. Op dat moment heb je nog geen (intellectuele) mening kunnen vormen, omdat je iets nog niet hebt ervaren. Daardoor kun je je emotionele reactie, die meteen wordt gecreëerd voordat je het doorhebt, niet vertrouwen.

  8. Waarom kun je je emoties niet vertrouwen? Kun je nog een ander voorbeeld noemen dan in de tekst staat?

Leave a Reply

Close Menu

zin in een offline
date?

Ben jij Single en op zoek naar een nieuwe mogelijkheid om gelijkgestemde ‘Super Singles’ echt een beetje beter te leren kan dan via online daten of speeddate?